En wel naar: http://tasvolverhalen.wordpress.com/
Ik zie jullie daar!
En wel naar: http://tasvolverhalen.wordpress.com/
Ik zie jullie daar!
Hij is ziek. Hij ademt pompend en ligt als een broodmager vod in het mandje. Zijn haren wijzen piekerig omhoog en er kleeft groengele drab in zijn ooghoeken. ‘Longontsteking en shock’ concludeert de dierenarts en stelt een opname voor. Meteen. Het beestje moet zo snel mogelijk infuus, antibiotica, koortsremmers, een warmtematje en vooral zorg. Goede intensieve zorg.
“Wil ik niet” bitst de smoezelige eigenaresse. Haar jas hangt als een grauwe tentdoek om haar schouders. “Ik neem hem wel weer mee naar huis”. Een lok vet slierterig haar valt over haar grauwe voorhoofd. “Antibiotica mee naar huis voor de komende dagen? Nee. Geloof ik niet in. Allemaal rommel van de industrie. Ik neem hem weer mee en zie wel of ie zelf nog opknapt”.
Er zijn mensen die hun dier laten stikken. Ja echt. Bovenstaand verhaal is een voorbeeld uit de alledaagse praktijk. Reken maar dat deze kat thuis op een gruwelijke manier in zijn eigen longvocht is gestikt. Schrik je daar van? Word maar snel wakker. Want een dier houden, dat mag dus iedereen. Daar is geen diploma of certificaat voor nodig. Iedere halve zool kan naar de dierenwinkel en een cavia kopen. Iedere Tokkie zonder inkomen kan via Marktplaats gratis een puppy ophalen. Tuurlijk, het zijn dierenliefhebbers. En dat roepen ze vooral zelf het hardst.
Want claimen dat je zo hartstochtelijk van dieren houdt, dat is makkelijk. Maar een dier goed verzorgen, dat is een heel ander verhaal. Een dierenliefhebber ís niet hetzelfde als een goed baasje. Onder het mom van “jaaaa maar ik ben een echte dierenvriend hoor dokter” heb ik ingegroeide nagels uit pootjes van katten verwijderd, die zo diep in de zoolkussens waren ingegroeid dat het beest krijste van de pijn. Onder datzelfde mom heb ik dieren zien verhongeren en verdrogen omdat mensen “tegen euthanasie” waren, en hun kat nog liever een afschuwelijke dood zagen sterven.
En deze dieren haalden gelukkig nog de praktijk he. Er zijn er waarschijnlijk duizenden die nooit een spreekkamer van binnen zullen zien.
Als dier ben je dus gewoon vogelvrij. Heb je geluk dan kom je terecht bij een goede baas die je de juiste voeding geeft en je liefdevol verzorgt tot je laatste snik. Heb je pech, dan kom je terecht bij iemand die niks van je afweet. Met gevolg dat je als hond misschien nooit meer buiten komt en je je hele leven op een balkon schijt. Of dat je überhaupt nooit meer buitenlucht ruikt. Of dat je opgevreten wordt door ongedierte. Of dat je zo vet wordt dat je botten het begeven. Of dat je staart eraf rot, omdat je er in gebeten bent. Of dat je tanden zo gaan etteren dat je niet meer kan eten. Of dat je diabetes krijgt en je het moet doen met een homeopathisch druppeltje, waardoor je verkrampt en schokkend sterft aan een hypo.
Het is schandalig dat dieren niet beschermd worden tegen deze stille vorm van dierenmishandeling. Want de groep gefrustreerde lowlifes die dieren treiteren, schoppen of in de fik steken bespreek ik hier nog niet eens. Nee ik heb het hier over het lijden dat voortkomt uit onwetendheid, desinteresse, te weinig geld, onvoldoende kennis en nalatigheid. Ik heb het hier over het gegeven dat iedere boerenlul een levend wezen als ‘dier’ kan nemen en het zonder enige kennis van zaken kan laten wegrotten. En dat hij dan dezelfde middag gewoon weer vrolijk naar de winkel kan fietsen om een nieuwe te nemen. Oók als hij gewaarschuwd is door de dierenbescherming.
Het begon natuurlijk ook al helemaal verkeerd in dit huis. Zodra ik de sleutel kreeg stortte ik me met een vriend op de vloer. Er moest gigantisch geschuurd en gelakt. Met onze neusgaten vol stof en tengels vol verf hadden we de grootste lol, en naarmate de dagen vorderden ontstonden er steeds vaker broeierige blikken.
Dit had als gevolg dat toen het na een paar maanden ontzettend lomp uitging, ik minstens een jaar lang verscheurd werd door liefdesverdriet. Wat ik ook deed in mijn nieuwe huis, ik moest aan die vent denken. Hij lag in de keuken, de gang, de woonkamer. In mijn hele huis lag ie uitgesmeerd in de vorm van bruine lak. Soms dacht ik dat ik doodging van ellende. Wat niet gebeurde.
Ik had een tuin.
Nou ja tuin. Het leek meer op een verlenging van de begraafplaats. Er stonden zoveel coniferen dat ik er makkelijk onder een zerk tussen had kunnen gaan liggen zonder dat men mij ooit had gevonden. In een poging mijn verdriet te kanaliseren rukte ik als een wilde onkruid, kapte ik een stel bomen, en harkte ik tonnen aan bladeren. Daarna was de tuin best heerlijk, al vrat een leger slakken slakken ‘s zomers in no time al mijn vrolijke bloemen en planten op. Honderden euro’s kostten die slijmerige klotebeesten me. Ik bleef maar naar het tuincentrum gaan. Ik had de bestgevoede slakken van heel Oost.
Soms, als ik ‘s ochtends mijn fiets wil pakken, die voor het huis tegen de heg staat, zit er eentje op mijn zadel. Triomfantelijk. Met huisje en al. Het is alsof hij me recht in mn gezicht uitlacht en zegt: ‘zo doos, en nu gaan we je fiets ook nog opeten’.
Dus ja, het is gewoon een heel moeilijk huis.
Van achter het raam kijk ik wel eens naar de stoet. Soms zijn er trommels, soms een koets. Soms is iedereen helemaal in het wit, dan is het een Surinamer. Soms is er vuurwerk. Soms een blaaskapel. Als iedereen in het zwart is is het een Nederlander.
Op feestdagen is het een komen en gaan. Dan koopt iedereen bloemen en kransen in het bloemenstalletje van André op de hoek van de straat. Een verstilde lijzige man met een bril en een vlassig snorretje. Hij heeft een hese stem. Hij doet goede zaken. Dat zijn bloemen binnen een paar dagen stinken, verleppen en morsdood zijn weet niemand.
Ik heb geprobeerd mijn huis gezellig te maken met een limegroene muur en een rode bank. In de woonkamer hangt een sliertjesgordijn die de twee delen van de kamer scheidt. Ik heb veel kaarsjes, vrolijke foto’s en bloemen (niet van André) en toch voel ik me niet thuis. ‘Waarom vind je het hier nou niet leuk?’ vragen de mensen verbaasd, ‘het is zo’n groen rustig buurtje’. Dan ga ik bij het raam staan en wijs naar het metalen hek aan de overkant. ‘Omdat iedereen hier ligt te verleppen en morsdood is’.
De klok sloeg acht. De man op het blaasinstrument stopte. Het werd stil. Ik zat op de bank. Alleen. Ik dacht aan alle jaren Dodenherdenking. Waar was ik geweest op dat moment? Ik herinnerde me een Dodenherdenking lang gelee in het Wilhelminapark. We studeerden nog. Een grote bak salade, bordjes, wijn, een kleedje en mijn toenmalige vriendje. We keken naar de grote statige dure huizen aan het park en fantaseerden dat we daar ooit zouden wonen.
Was ik toen gelukkig? Ik denk het wel.
Ik herinner me een Dodenherdenking op Veritas. We hadden dispuut-eten aan een lange tafel en echt niemand hield z’n kop. Er werd gelachen, geschreeuwd en over zieke koeien gepraat; verschrikkelijk vond ik dat. Het werd gewoon vergeten.
Was ik toen gelukkig? Ik denk het wel.
Vanaf mijn bank kijk ik met één oog naar de tv en met één oog naar mijn laptopscherm. Maxima heeft teveel rouge op. Iemand tweet dat iedereen zn kop moet houden op Twitter want er is twee minuten Twitterstilte. Voor- en tegenstanders buitelen over elkaar heen. Ik hoor hard lachen op straat. Wie doet dat nou? O het zijn Afrikanen. Bea heeft een raar hoedje op. In mijn timeline wordt druk ge-unfollowed en geblockt.
De stilte davert door de stad. Alle mensen die in beeld zijn hebben hun lijdende, serieuze gezicht op. Zelfs hele jonge mensen hebben dat gezicht ergens vandaan weten te toveren. Alsof het geen enkele moeite kost. Ik kijk naar de prachtig authentiek doorleefde gezichten van de verzetsstrijders. In hun ogen zie ik dat ze verschrikkelijke beelden uit de oorlog opnieuw beleven.
Ik herinner me een Dodenherdenking een paar jaar geleden in de sportschool. Het was tijdens het buikspierkwartier. De muziek stopte en er werd om aandacht gevraagd. Een paar mensen stonden op vanaf hun matje. Ik ook. We stonden in een kring met ons hoofd naar beneden, te denken aan een oorlog die we nooit hebben gekend maar die we in elke spiervezel voelen als daar om gevraagd wordt. Ik had mijn serieuze gezicht op. Daar hoefde ik niks voor te doen, het kostte geen enkele moeite. Ik dacht aan mijn ex en hoeveel verdriet hij me had gedaan. En hoe hard ik mijn buikspieren zou trainen om daar overheen te komen.
Was ik toen gelukkig? Ik denk het niet.
En toen ging ik liggen en deed mijn sit ups.
©2003 - 2012 Weblog.nl is onderdeel van Sanoma Media Netherlands groep.